PROFIELSCHETS
Toen CZ besloot om de zorg rondom borstkanker in een aantal ziekenhuizen die niet voldoen aan de CZ-normen op dat gebied niet langer te in te kopen, barstte er een storm van kritiek los. Een jaar later stelt bestuursvoorzitter Wim van der Meeren vast dat deze beslissing een kleine aardverschuiving heeft veroorzaakt: ‘Iedereen is het er nu wel over eens, ziekenhuizen moeten niet allemaal hetzelfde doen. Zorg die echt niet deugt, daar moet de Inspectie ingrijpen. Maar het is een misverstand om omgekeerd te redeneren, dat daar waar de Inspectie níet ingrijpt, alles dus helemaal in orde is.’
DONDERDAG, 20 OKTOBER 2011
Nek uitsteken en verantwoordelijkheid nemen
Verzekeraars kunnen als inkoper van zorg voor miljoenen mensen het verschil maken om de zorg betaalbaar, van goede kwaliteit en toegankelijk te houden.
Door: Wim van der Meeren
Vijf jaar geleden werd de Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg) ingevoerd. Een stap om met meer vrijheden en concurrentie zorgverzekeraars en zorgaanbieders te prikkelen om de zorg tegen een zo goed mogelijke prijs-/kwaliteitsverhouding aan te bieden. In eerste instantie resulteerde dit vooral in een concurrentieslag tussen zorgverzekeraars met doelgroeppakketten, collectiviteitskortingen en andere lokkers die voor veel overstappers zorgden. In de jaren die volgden kwamen verzekerden echter veel minder in beweging. Waarom was die wet ook al weer ingevoerd? Om de houdbaarheid van het curatieve zorgstelsel te verbeteren. Goede kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid voor iedereen. Daar draait het om. Als je bedenkt dat een gemiddeld gezin zo’n vijfde deel van zijn bruto inkomen kwijt is aan zorgpremies en dat de voorspelling is dat de zorguitgaven de komende jaren nog vele procenten zullen groeien, moeten er nu echt met grote vaart stappen worden gemaakt om vooral ook die betaalbaarheid niet in de gevarenzone te laten komen.
Spagaat
Concurrentie tussen zorgverleners onderling en tussen zorgverzekeraars lijkt me goed, maar als ik denk aan marktwerking als middel om ons zorgverzekeringsstelsel houdbaar te houden dan weet ik het soms niet meer zo goed. Want zolang zorgaanbieders neigen naar zoveel mogelijk aanbieden en zorgvragers vaak ook zoveel mogelijk zorg willen, is het moeilijk de boel hanteerbaar en betaalbaar te houden. En dat is een vereiste om de solidariteit in stand te houden, want ook mensen die zelden of nooit ziek zijn moeten bereid blijven die premies wel te blijven betalen.
Zorgverzekeraars hebben met de minister afgesproken zich in te spannen om de zorgkostenstijging beperkt te houden, maar verzekeraars hebben ook een zorgplicht naar hun verzekerden. Dat is nogal een spagaat. Daarom moeten we nu wel allemaal onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Want verzekerden zijn zich vaak onvoldoende bewust van de enorme kosten van zorg en gedragen zich als zorgconsument, willen meestal veel verzekeren en willen waar ze voor verzekerd zijn ook zoveel mogelijk benutten. Zorgaanbieders op hun beurt doen weinig aan creatieve destructie. Ophouden met iets aanbieden doet slechts een enkeling: nieuwe markten aanboren is logischerwijs meer common sense en het aangebodene moet dan liefst ook in een verzekeringspakket, want dat wil de klant.
Stappen zetten met inkoop
Een verzekering is oorspronkelijk bedoeld voor onvoorziene tegenvallers die niet of moeilijk individueel te dragen zijn. Die essentiële zorg moet in Nederland voor iedereen betaalbaar, goed en toegankelijk blijven. Dat publieke belang zie ik de komende jaren in gevaar komen als we niet allemaal onze verantwoordelijkheid nemen. Wij als inkoper van zorg hebben vooral vorig jaar aardig onze nek uitgestoken met het selectief gaan inkopen van borstkankerzorg. Die stap was niet makkelijk want er kwam nogal wat kritiek van onder meer ziekenhuizen, politiek en klanten. Er volgden rechtzaken, publieke debatten en gelukkig ook steunbetuigingen. In juli 2011 nog wees de NZa een klacht af die door ziekenhuizen was ingediend over ons selectief inkoopbeleid. Het was een spannend jaar, maar we vonden dat de boel in beweging moest komen en dat alleen met een knuppel in het hoenderhok echt stappen gemaakt zouden kunnen worden. Want er werd al jaren gepraat over de noodzaak van specialiseren van ziekenhuizen, meer transparantie over kwaliteitscriteria, etc. maar er werden te weinig knopen doorgehakt. En als je dan wéét dat er kwaliteitsverschillen zijn en dat het ook efficiënter kan, dan is het je maatschappelijke verantwoordelijkheid iets te doen. Als inkoper van zorg voor miljoenen klanten kunnen wij gelukkig meer dan alleen een deuk in een pakje boter slaan, we kunnen écht iets veranderen. Dat moeten we dus doen. Stappen zetten, het debat aangaan met wetenschappelijke verenigingen, moeilijke vragen stellen en dingen niet voetstoots aannemen. Van politiek en overheid verwachten wij dat ze ons steunen om de rol die ons is toebedeeld vijf jaar geleden ook waar te maken, niet alleen binnenskamers maar ook met een microfoon onder de neus. Als onderlinge waarborgmaatschappij hebben wij net als veel andere zorgverzekeraars geen winstoogmerk, dat zullen we zelf ook meer moeten benadrukken. Onze waardengedrevenheid geeft ons wel inspiratie en moed om de komende jaren ook minder populaire noodzakelijke stappen te zetten die bij onze rol passen.